Medische beeldvorming pols & hand Flashcards by Manu Verbruggen (2025)

1

Q

osteologie van pols

A

  1. algemeen
    - van lateraal naar mediaal
    - some lovers try positions that they cant handle
  2. beentjes 1e rij
    - os scaphoideum
    - os lunatum
    - os triquetrum
    - os pisiforme
  3. beentjes 2e rij
    - os trapezium
    - os trapezoideum
    - os capitilum
    - os hamatum met hamulus ossis hamatum

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

2

Q

osteologie van de hand

A

  1. sesmoid beentjes
    - I = constant
    - II & V = inconstant
    - III & IV = zeldzaam
    - plantaire zijde
  2. densiteiten
    - boogvorm op basis proximale phalanx
    - V-vorm op basis intermediare & distale phalanx
    - geen artrose maar normale densiteit
  3. andere aandachtpunten
    - inkeping MC-kop is normaal
    - TUFT van distale phalanx
    –> processus unguicularis = processus die nagel draagt

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

3

Q

opnames hand & pols

A

  1. face
    - 2 uitsteeksels palmair & ulnair
    - hamalus ossis hamatum superponeren op os hamatum
    - os pisiforme
    - duim ligt tussen profiel & face = specifieke opnames nodig
  2. profiel opname
    - veel zuiperpositie van beenderen
    - meest proximale = os lunatum
    - plantair proximaal = os scaphoideum
    - plantair distaal = os trapezium
    - dorsaal distaal = os capitatum

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

4

Q

bijkomende incidenties hand & pols

A

  1. 3/4 opnames = focus op bepaalde structuren met midner superpositie
  2. 3/4 radiaal dorsaal
    - os trapezium
    - os trapzoïdeum
    - os scaphoideum
    - duimbasis MC = spiraal breuk

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

5

Q

specifieke opnames

A

  1. duimopnamen
    - profiel
    - face = achterzijde neerleggen
  2. vingers
    - profiel voor elke vinger appart in palmaire flexie
    - niet mogelijk met 3/4 opnames = niet zuiver profiel
  3. polsbeenderen
    - os scaphoideum = 3/4 pronatie
    - os pisiforme = 3/4 supinatie
  4. carpal tunnel view
    - hand in dorsiflexie houden
    - in praktij moeilijk want houding is pijn procoatief bij acute aandoeningen
    - veel makkelijker bij CT

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

6

Q

assen in profiel opname

A

  1. as statiek
    - radius
    - centrum os lunatum
    - centrum os capitatum
    - MT3
  2. as gewrichtsoppervlakte
    - plamarie tilt distale radius epifyse
    - hoek van gewrichtsopp tov. loodrechte van as radius
    - normaal 3-20°
    - gemiddelde mannen = 9°
    - gemiddelde vrouwen = 12°

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

7

Q

dynamische opnames van de hand

A

  1. deviaties
    - andere zijde wordt beter in kaart gebracht
    - radiale deviatie voor ulnaire beenderen te evalueren
  2. os scaphoideum
    - radiale deviatie = kanteling van os scaphoideum naar palmair
    –> verkorting door verticalere positie
    - omgekeerde bij ulnaire deviatie
  3. palmair & dorsiflexie
    - alles beweegt = assen van alle beentjes maken boog
    - torsie-flexie opname

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

8

Q

leeftijdsbepaling bij hand

A

  1. evaluatie van hand
    - minst beschadigde hand gebruiken
    - 90% linker hand
    - meeste mensen zijn rechtshandig = meer frequent traumatische letsels
    - atlas is voor linker handen = niet mogen gebruiken op rechter
  2. skeletleeftijd bepalen
    - evaluatie van groeischijf = spleet & botkern
    - score van alle gewrichten in de hand
    - totaal score zal leeftijd geven
    - groeiprognose kunnen opstellen

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

9

Q

groeischijven van de hand

A

  1. locatie groeischijven
    - MT = distaal
    - MT1 = enige proximaal van metacarpalen
    - alle phalanxen = proximaal
  2. aandacht
    - sesamoid duim = botkern zichtbaar vanaf pubertijd
    - bij baby zijn alle pols beentjes nog niet zichtbaar

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

10

Q

varianten in de pols

A

  1. surnumeraire beentjes
    - 21 mogelijke beentjes
    - meestal niet van klinisch belang
  2. synosthose
    - vergroeiingen
    - minder mobiliteit
    - tussen proximale & distale rij = eerder zeldzaam
    - tussen zelfde rij = meer frequent
  3. proc. styloideus -> os styloideum
    - geeft zelfde beeld als fractuur
    - verschil = os heeft langs alle kanten corticale aflijning
    - oudere fracturen hebben dit ook!
    –> geen mogelijkheid van differenitaal diagnose
  4. congenitale afwijkingen
    - RX = aantal & vormen
    - MRI & echo = weke delen

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

11

Q

varianten van ulna

A

  1. ulna minus = minder lang dan radius
    - kan gepaard gaan met AVN lunatum = ziekte van Kienböck
  2. ziekte van Kienböck
    - associatie is onduidelijk
    - oorzaak door repitieve microtraumata vb: drilboor
  3. ulna plus = langer
    - stoten op os lunatum
    - ulnair abutment syndroom = ulnaire impactie
  4. ulnair abutment syndroom
    - microfracturen
    - KB-defecten
    - botoedeem

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

12

Q

fracturen van voorarm & pols

A

  1. groeihout fractuur radius & ulna
    - bij kinderen
    - 1 kant gebroken & 1 kant gebogen = periostale opstuiking
    - angulatie
    - enkel opstuiking zonder breuk andere kant = torus-fractuur
  2. Pouteau-Colles fractuur
    - meest frequent
    - val die wordt opgevangen met handen
    - dorsale kanteling van distale radius epifyse
    - graad van kanteling bepaald gips of bijkomende fixatie
  3. epifysiolyse
    - fractuur combinatie met letsel groeischijf
    - verplaatsing epifyse
    - gevolg = snellere sluiting radius
    - ulna groeit sneller = ulna plus

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

13

Q

fracturen van de hand

A

  1. Bennet-fractuur
    - basis MC1
    - duimt blijft haperen bij trauma = skiën met stokken
    - loopt schuin tot in gewrichtsopp.
  2. stressfractuur MCII
    - diamantslijper
    - dikkere cortex op RX
    - verhoogde captatie op botscan
  3. os hamatum
    - hamalus fractuur
    - golfers die haperen bij swing

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

14

Q

scaphoidfractuuur

A

  1. soorten
    - distaal
    - midden/centraal/lende = meest frequent
    - proximaal
  2. vascularisatie
    - arterie dringt binnen in midden deel
    - vertakken naar distaal & proximaal
  3. complicatie
    - avn
    - delayed union
    - pseudoartrose
    - preventie hiervan door voldoende lang in te gipsen

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

15

Q

scaphoid avn

A

  1. beeldvorming
    - densere zone van proximaal deel
    - laag = zwart signaal van dood bot
  2. oorzaken
    - vooral proximale fractuur
    - disuse osteoporose door gips
    - geen bloed naar fragment = kalk kan niet weg
    –> even dens als bot

How well did you know this?

1

Not at all

2

3

4

5

Perfectly

16

Q

scaphoid pseudartrose

Study These Flashcards

A

  1. algemeen
    - sclereuze randen van breuk = vorming van cortex
    - neo-articulatie
    - geen overbruggende callus
  2. kliniek
    - instabiel
    - pijnlijk
  3. therapie
    - breukranden volledig vrijmaken van cortex
    - fixeren door Herbertschroef
    - draairichting uiteinden verschilt = delen tegen elkaar trekken
    - botenten = nieuwere therapie

17

Q

fractuur luxaties

Study These Flashcards

A

  1. radius fractuur
    - fractuur proc. styloideus radii
    - luxatie van os scaphoideum tov. os lunatum
  2. scaphoid fractuur
    - os capitatum geluxeerd naar dorsaal
    - centrum van os capitatum ligt niet meer op de as
    - perilunaire luxatie = alles rond os lunatum is verplaatst

18

Q

sudeck-atrofie

Study These Flashcards

A

  1. synoniemen
    - SRD sudeck sympatische reflex dystrofie
    - reflex algodystrofie
    - PD post-traumatische dystrofie
    - CRPS-1 complex regionaal pijnsyndroom type 1
  2. oorzaak
    - fidduse grosmazige osteoporose
    - meer doorbloeding = veel ontkalking
  3. symptomen
    - pijn
    - stijfheid

19

Q

stressopnames van de hand

Study These Flashcards

A

  1. algemeen
    - manueel gewricht onder druk zetten
    - angulatie stand van gewricht toont of het fysiologisch is of pathologisch

20

Q

SL scapholunair ligament scheur

Study These Flashcards

A

  1. algemeen
    - na geforceerde wringbeweging
    - leidt tot instabiliteit pols
  2. DISI dorsal intercalated segment instability
    - scapho-lunaire dissociatie
    - scaphoid kantelt naar palmair
    - os lunatum kantelt naar dorsaal
    - kan ook bij schaphoid fracturen of pseudartrose
  3. SLAC-wrist = scaphulolunate advanced collaps
    - laattijdige complicatie
    - os capitatum gaat door krachtuitoefening naar proximaal opschuiven
    –> diastase wordt groter
    - verminderde carpus hoogte
    - artrose tussen scaphoid/radius & captitatum/lunatum

21

Q

diagnose van SL-ruptuur

Study These Flashcards

A

  1. kenmerken op RX
    - scaphoid verkorting = kanteling
    - lunatum kanteling
    - diastase = grotere gewrichtspleet
  2. opsporen = volgorde (verder gaan indien negatief)
    - AP & laterale opname
    - ulnaire deviatie opname & vuistgreep opname
    - stress opname
    - MR/arthrografie
    (- videofluoroscopie)

22

Q

artrografie van de pols

Study These Flashcards

A

  1. compartimenten
    - MCG mediocarpaal = alle polsbeentjes
    - RCG radiocarpaal gewricht
    - DRUG distaal radio-ulnair gewricht
  2. gebruik
    - bij twijfel intactheid lig.
    - contrastvloeistof zal binnen zelfde compartiment blijven indien lig. intact is
  3. TFCC triangulair fibrocartilagineus complex
    - vuilt ruimte tussen ulna & polsbeentjes
    - meniscus van de pols
    - constrast vloeistof tonen fissuren aan

23

Q

artrose van de pols

Study These Flashcards

A

  1. types
    - DIP = Hederden nodules
    - PIP = Bouchard nodules
    - CMC-I = rhizartrose
    –> vaker na oude Bennet-fractuur
    - STT scaphoid-trapezium-trapezoïdeum
    - radio-carpaal
  2. kliniek
    - stramheid op einde van de dag
    - alginatiestoornis

24

Q

complicaties bij artrose

Study These Flashcards

A

  1. TFCC
    - radio-carpale artrose = vernauwing
    - ook vernauwing ulnair = TFCC zal altijd sterk beschadigd zijn
  2. hemochromatose
    - opstapelinsziekte van lever
    - artrose MCP III & soms II
  3. duim
    - STT vaak zamen met CMC-I
    - indien CMC-I onaangestast is = alarmteken
    - CPPD calcium pyrofosfaat depositie dissease
    - pseudojicht in STT

25

artritis

1. oorzaak- meerdere- meest frequent = RA- psoarisis = nagels & huid vooral elleboog- jicht = voeten vooral MT11. kenmerken psoriasis artritis- ook DIP aangetast- worstvormige vingers = inzakking & dikker worden- ankyloses

26

algemeen RA

1. voorkeurslocatie RA- CMC, MCP & PIP- nooit DIOP- radiocarpaal & intercarpaal- voeten ≈ handen- cervicale wervelzuil3. kliniek- ochtendstramheid- nachtelijke pijn- infalmmatoire zwelling

27

kenmerken RA

1. periarticulaire osteoporose- hypereamie door onsteking- uitspoeling van kalk- vroegtijdig2. pocket erosies- pannus weefsel aan rand van gewricht- bot dat niet door KB-bedekt is binnen gewricht- vroegtijdig3. latere kenmerken- vernauwing gewrichtspleet- wazige aflijning gewrichtspleet- (sub)luxaties door lig. destructie in hele hand- deviatie van assen- secundaire artrose- laattijdig = ankylose3. ulnaire deviatie van alle vingers- en coup de vent- sterkere krachten van pezen ulnair

28

echografie aan de hand

1. polscyste- klinische diagnose aangevuld met echo- vooral dorsale zijde pols2. tenosynovitits- zwarte zone zond witte pees- De Quervain tendinitis = extensorpezen van compartiment I--> abductor pollicis longus & extensor pollicis brevis3. Dupuytren contractuur- knobbels & banden palmair- knobbels veroorzaken contracties- hand is gefixeerd in flexie toestant- enige therapie = ressectie3. pees rupturen

29

peesrupturen

= types van mallet vinger1. ruptuur extensor pees = vaak heelkunde nodig2. afgebroken botfragment- geneest beter- conservatieve therapie3. peesruptuur met epifysiolyse- epifyse staat open naar posterior- kanteling van groeischijf

Medische beeldvorming pols & hand Flashcards by Manu Verbruggen (2025)
Top Articles
Latest Posts
Recommended Articles
Article information

Author: Laurine Ryan

Last Updated:

Views: 6389

Rating: 4.7 / 5 (77 voted)

Reviews: 84% of readers found this page helpful

Author information

Name: Laurine Ryan

Birthday: 1994-12-23

Address: Suite 751 871 Lissette Throughway, West Kittie, NH 41603

Phone: +2366831109631

Job: Sales Producer

Hobby: Creative writing, Motor sports, Do it yourself, Skateboarding, Coffee roasting, Calligraphy, Stand-up comedy

Introduction: My name is Laurine Ryan, I am a adorable, fair, graceful, spotless, gorgeous, homely, cooperative person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.